Executieve functies & dyslexiebehandeling

Zelfvertrouwen Dyslexie
 
Cornelie van Kampen, Klinisch psycholoog en psychotherapeut
 
Achtergrond 
Dyslexie is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis die veel voorkomt in Nederland. Van kinderen met dyslexie is bekend dat zij dikwijls kampen met problemen in de executieve functies. De kinderen krijgen over het algemeen een protocollaire strategie-behandeling aangeboden welke een beroep lijkt te doen op verschillende executieve vaardigheden. Dit onderzoek is een eerste stap gericht op het analyseren van een mogelijk verschil in executieve functies voor en na een dyslexiebehandeling. 
Doel 
In de huidige studie zal onderzocht worden of kinderen hoger scoren op de BRIEF-2 na een protocollaire dyslexiebehandeling dan daarvoor. 
Methode 
Van 52 kinderen vulden de ouders een voor- en nameting in van de BRIEF-2 vragenlijst. Middels een gepaarde t-toets zijn deze scores met elkaar vergeleken. Tevens zijn met behulp van beschrijvende statistiek de genormeerde scores in beeld gebracht om te kunnen zien hoe de kinderen scoorden op de verschillende subschalen.  
Resultaten 
Er is een Paired Samples T-test uitgevoerd met de variabelen totaalscore voor en totaalscore na. Deze gaf een statistisch significant resultaat (p <.001), dit betekent dat de totaalscore op de BRIEF-2 na de interventie significant hoger is dan de totaalscore ervoor. De klinisch genormeerde scores zijn visueel gemaakt met behulp van piecharts. Te zien is dat de aantallen kinderen die in het sub-klinische en klinische gebied scoren kleiner worden na de interventie. Dat betekent dat er minder kinderen zijn die afwijkend scoren ten opzichte van leeftijdsgenoten.  
Conclusie 
De resultaten in het huidige onderzoek suggereren dat het systematisch aanleren van strategieën in het kader van een langdurige behandeling voor dyslexie samenhangt met een verbetering in de executieve functies van een groep kinderen in de leeftijd van 7 tot 15 jaar. 
Het gehele onderzoeksverslag is op te vragen bij OCRN. 

 

 
Aanmelden