Aanmelden
Actuele lezingen

  1. Angst en somberheid bij dyslexie | 18-01-2018

ASS | Asperger

Uw kind heeft sociale problemen? Het lijkt alsof uw kind soms wat 'anders' reageert dan men verwacht? U herkent symptomen van autisme, symptomen van pddnos of symptomen van asperger in uw kind? U overweegt een test pdd nos of een test asperger voor uw kind?

Syndroom van Asperger
Het Syndroom van Asperger is een DSM-IV classificatie en behoort tot de autisme spectrum stoornissen.

Definitie van het probleem en enkele wetenswaardigheden. 
Het Syndroom van Asperger is een verschijningsvorm van autisme. Er is sprake van beperkingen in de sociale interactie en er is sprake van beperkte repetitieve en stereotiepe gedragingen, activiteiten en interesses. Er is geen vertraging in de taalontwikkeling, zoals bij andere vormen van autisme. Er is sprake van adequaat doch formeel taakgebruik. Er is geen achterstand in de cognitieve ontwikkeling.
 
Wat zie ik in de klas, hoe herken ik dit gedrag/deze stoornis?
  • Gebrek aan empathie (invoelingsvermogen);
  • Naïeve, ongepaste en eenzijdige interactie;
  • Weinig of geen mogelijkheden om vriendschap te sluiten;
  • Overbeleefd, repetitief spreken; formeel taalgebruik;
  • Zwakke, non-verbale communicatie; moeite met oogcontact;
  • Intens opgaan in sommige onderwerpen;
  • Onhandig en slecht gecoördineerde bewegingen en vreemde houdingen;
  • Beperkte belangstelling; belangstelling is abnormaal in intensiteit;
  • Moeite met sociale en emotionele wederkerigheid;
  • Moeite met het interpreteren van lichaamshoudingen en gebaren.
 
De beste aanpak in de klas in bondige adviezen
  • Bied bij opdrachten, structuur in tijd en taakorganisatie;
  • Maak het klaslokaal voorspelbaar;
  • Noem bij klassikale opdrachten de naam van de leerling;
  • Benut speciale interesses om plezier in activiteiten te vergroten of als beloning achteraf;
  • Hanteer een rustig werk- en spreektempo;
  • Wees zo concreet mogelijk bij nabespreking van werksituaties;
  • Geef veel waardering en sturing;
  • De leerling leert niet van ervaringen achteraf (zoals beloning of straf) dus voorstructuren teneinde de problemen voor te zijn;
  • Stop ongewenst gedrag bijtijds. Geef concrete gedragsinstructies van het gewenste gedrag;
  • Geef ze de vijf: vertel wie, wat, waar, wanneer op welke wijze iets gedaan moet worden;
  • Geef zoveel mogelijk sturing in onoverzichtelijke, onverwachte, vrije en sociale situaties;
  • Structureer nieuwe situaties voor;
  • Gebruik zo weinig mogelijk non-verbale communicatie;
  • Expliciteer en leg uit wat normaal gesproken niet geëxpliciteerd en uitgelegd hoeft te worden;
  • Doorbreek patronen van argumenteren of vragen stellen door te begrenzen in tijd;
  • Hanteer een vriendelijke doch zakelijke houding. Wees een zakenpartner;
  • Wees alert op prikkels in de klas (geluiden, lichtinval, decoraties etc.);
  • Zorg voor een gestructureerde (afgeschermde) en opgeruimde werkplek;
  • Visualiseer dag- en weekprogramma’s; zet op bord en/of papier;
  • Geef samenhang aan tussen de lesstof. Help met het generaliseren van de lesstof tussen de verschillende vakken (vakgebieden).
 
In ieder geval niet doen
  • Achteraf kritiek geven, straffen; wees de problemen voor.
  • Heel emotioneel reageren; dat wordt niet begrepen.
  • Non-verbaal gedrag als communicatiemiddel gebruiken.

Bron: Cordys 
  1. Privacy
  2. Sitemap
Gerealiseerd door Time2impress    

Menu